Schouder

Wanneer plaatsen we een schouderprothese?

Veel mensen kennen iemand met een knie- of heupprothese. Schouderprothesen worden veel minder geplaatst: dat komt omdat de schouder minder belast wordt (je loopt niet op je schouder, daarom is de slijtage minder dan bij heup en knie). De laatste jaren worden echter meer en meer schouderprothesen geplaatst met goede resultaten.

Wanneer plaatsen wij een schouderprothese

- Na ernstige fracturen wanneer de schouderkop niet meer te herstellen is: dit is het meest voorkomend
- Zuivere arthrose (slijtage van het kraakbeen) is eerder zeldzaam
- Bij reumapatiënten: door de reumatische aantasting is het gewricht kapot
- Rotatorcuff-artropathie : een combinatie van ernstige arthrose en een slijtage van de rotatorcuff waarbij die onherstelbaar is gescheurd
- Bij aseptische necrose (afsterven van een deel of de ganse schouderkop)
- Posttraumatische arthrose : slijtage die optreedt na een vroeger trauma (bijvoorbeeld als het gewrichtsoppervlak is beschadigd)

Wat zijn de klachten?

Deze kunnen sterk variëren en nemen langzaam toe. Sommige mensen hebben pijn als ze de schouder teveel gebruiken soms eerder pijn in rust of 's nachts. Er kan een bewegingsbeperking optreden waardoor je bijvoorbeeld nog moeilijk je haar kan kammen of aan je rug krabben. Er kan ook krachtverlies optreden. Eventueel hoor je de schouder kraken als je de arm beweegt.

De behandeling

In de beginfase van arthrose zal eerder een wat afwachtende houding worden aangenomen. Vermijden van overdreven belasting en inname van medicatie (pijnstillers) kunnen nuttig zijn. Soms kan ook kinesitherapie helpen om de schouder meer beweeglijk te maken en de spieren te versterken. Warmte of soms ijs na inspanningen kunnen de klachten verminderen. Met inspuitingen van cortisone kan een tijdelijke verbetering worden bekomen (maar let op: teveel inspuitingen hebben een nadelig effect).

Indien deze maatregelen niet meer helpen kan worden beslist tot het plaatsen van een schouderprothese.

Er zijn verschillende types prothesen:

- een prothese met een kop die vastzit op een steel
- een prothese die enkel de kop vervangt
- een 'omgekeerde prothese'

1. Een prothese met een kop en een steel

Deze prothese wordt gebruikt bij fracturen gezien een goede fixatie van de metalen kop niet mogelijk is zonder een steel. Meestal wordt deze prothese geplaatst zonder cement maar in sommige gevallen moet cement worden gebruikt om de steel in de schacht vast te zetten.

2. Prothese die enkel de kop vervangt

Deze prothese wordt gebruikt bij slijtage met nog een goede rotatorcuff (dit is het geheel van pezen waardoor de schouder kan bewegen). De prothese vervangt enkel de kop van de schouder. In onze dienst wordt de pan in principe nooit vervangen: dit geeft evengoede resultaten en biedt zelfs voordelen indien later een revisie (heringreep) moet gebeuren. De botkwaliteit moet wel goed zijn : zo er geen goede fixatie op het bot mogelijk is wordt een prothese met kop en steel geplaatst (zie hierboven).

3. Omgekeerde prothese

Dit type wordt geplaatst bij slijtage wanneer de rotatorcuff onherstelbaar is beschadigd (dit noemt ook rotatorcuffarthropathie). In deze situatie is er ook een belangrijk krachtverlies en de arm kan vooral niet meer in de hoogte worden gestoken. Wanneer er een gewone prothese wordt geplaatst zal de pijn wel verminderen maar blijft het krachtverlies. Door een omgekeerde prothese te plaatsen verschuift het draaipunt van het gewricht naar binnen en vergroot de krachtarm van de deltoidspier : hierdoor kan een veel betere kracht worden ontwikkeld en kan de arm terug in de hoogte worden gebracht.

Wat is arthroscopie van de schouder?

De meeste ingrepen van de schouder gebeuren vandaag arthroscopisch. Dit betekent dat via een buisje met een camera in het gewricht wordt gekeken via een kleine huidincisie (portal). De beelden worden bekeken op een videoscherm.

Het gewricht zelf wordt opgeblazen via een pomp met vocht.

Om meer plaats te maken wordt een gewicht aan de arm bevestigd en zo wordt het schoudergewricht licht open getrokken. De ingreep gebeurt bij ons meestal in zijlig. De installatie zie je hier op de figuur links.

De ingreep gebeurt steeds onder volledige verdoving. Vooraf wordt soms via een lokale verdoving in de halsstreek de schouder voor enkele uren minder gevoelig (en dus minder pijnlijk) gemaakt via een zenuwblokkade (scalenusblok).

Na de ingreep kan het dus zijn dat uw arm tijdelijk verdoofd blijft (minder gevoel in de vingers, tintelingen).

Natuurlijk is kijken alleen niet voldoende: het juist probleem van je schouder is meestal al vooraf gekend via onderzoeken. Via verschillenden andere kleine huidincisies worden werkinstrumenten ingebracht om de ingreep uit te voeren. Dit kunnen kleine kniptangetjes zijn, grijptangen, tasters maar ook gemotoriseerde instrumenten om weefsel weg te 'schaven' of om bot weg te 'frezen'. Ook worden bij de schouder elektrische vaporisatieprobes (om weefsel als het ware te laten verdampen) en coagulatieprobes (om kleine bloedingen te stoppen).

Welke procedures zijn nu allemaal mogelijk :

- Wegname van de onderzijde van het acromion (acromioplastie)
- Wegname van de abnormale en ontstoken slijmbeurs
- Resectie van het gewrichtje tussen schouderblad en sleutelbeen (acromioclaviculaire resectie)
- Herstel van de grote pees (rotatorcuffsutuur)
- Fixatie of resectie van de bicepspees (lang gedeelte loopt door een groeve in de schouder)
- Wegnamen van losse kraakbeenfragmenten, eventueel gladder maken indien onregelmatig
- Herstel van het labrum

Na de ingreep wordt eventueel een draagverband aangelegd. Je verblijft na de operatie een tijdje op de ontwaakzaal en gaat dan terug naar de kamer. Het verband wordt meestal de volgende dag verwijderd en kleinere plakkers worden aangebracht. De kinesist(e) komt eventueel langs en 's middags vertrek je naar huis.